DNVGL.NL

ATEX 153 – Richtlijn 1999/92/EG (ook bekend als ATEX 137)

Verbetering van de bescherming van de veiligheid en gezondheid van werknemers die gevaar kunnen lopen door explosieve atmosferen.

Neem contact op:

C0ntact DNV GL Business Assurance Heeft u vragen?
Bel ons gerust: 010 - 2922752.

Vrijblijvend een offerte ontvangen?

Offerte aanvragen
DELEN:
PRINTEN:
Man inspecting pipes
Naast productcertificering zijn er ook voorschriften voor de veiligheid van locaties met gevaarlijke gebieden, waardoor de veiligheid van mensenlevens en eigendommen wordt gewaarborgd. DNV GL biedt een scala aan diensten om fabrikanten te ondersteunen bij het waarborgen van de naleving van wetgeving en erkende best practices.

Relevante richtlijn of wetgeving

De volledige titel van Richtlijn 1999/92/EG is “Richtlijn betreffende minimum voorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen”. De richtlijn wordt ook wel “ATEX 137” of “ATEX-richtlijn voor de bescherming van werknemers” genoemd, omdat hij verwijst naar artikel 137 van het VEG (Verdrag tot Oprichting van de Europese Gemeenschap). Als gevolg van latere wijzigingen van het VWEU (Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie) is nu artikel 153 van toepassing.De EU-lidstaten hebben de eisen van de richtlijn opgenomen in nationale wetgeving, waarbij in sommige gevallen ook andere richtlijnen zijn verwerkt. Met name de DSEAR (Dangerous Substances & Explosive Atmospheres Regulations) in het Verenigd Koninkrijk. Als exploitant van een fabriek of installatie met een potentieel explosieve atmosfeer moet u ervoor zorgen dat u voldoet aan de vereisten voor de bescherming van werknemers in overeenstemming met de nationale wetgeving, die de basisvereisten uit de Europese richtlijn kan aanvullen of uitbreiden.

Technische basisconcepten

Richtlijn 1999/92/EG bevat een aantal artikelen waarin wordt beschreven welke verplichtingen de werkgever heeft met betrekking tot de identificatie en beheersing van risico’s in verband met een potentieel explosieve atmosfeer. De richtlijn wordt in de lidstaten ten uitvoer gelegd in combinatie met specifieke lokale wetgeving die de basisverplichtingen kan aanvullen of uitbreiden. De richtlijn moet daarom altijd worden gelezen in samenhang met eventuele lokale wetgeving en vereisten.

Voorkoming van en bescherming tegen explosies (artikel 3) De werkgever moet alle benodigde maatregelen nemen om de werknemers te beschermen tegen de risico’s die verbonden zijn aan een potentieel explosieve omgeving: door de vorming van explosieve atmosferen te voorkomen of, indien dit niet mogelijk is, door ontstekingsbronnen te vermijden en door de schadelijke gevolgen van een explosie te beperken.

Beoordeling van explosierisico’s (artikel 4) De werkgever moet de specifieke risico’s beoordelen die door de explosieve atmosfeer ontstaan. Daartoe behoren: de waarschijnlijkheid van het voorkomen en het voortduren van een explosieve atmosfeer; de waarschijnlijkheid dat actieve ontstekingsbronnen aanwezig zijn; de gebruikte stoffen en processen, en de omvang van de te verwachten gevolgen.

Algemene verplichtingen (artikel 5) De werkgever moet de benodigde maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat in een werkomgeving waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen: het werk veilig kan worden uitgevoerd, en er passend toezicht op de aanwezige werknemers wordt uitgeoefend.

Coördinatieverplichting (artikel 6) Wanneer werknemers van verschillende werkgevers in dezelfde werkomgeving aanwezig zijn, is elke werkgever verantwoordelijk voor alle zaken die onder zijn controle staan. De richtlijn is er echter duidelijk over dat de werkgever die conform het nationale recht verantwoordelijk is voor “de werkplek”, ook verantwoordelijk is voor de algehele coördinatie van alle in het explosieveiligheidsdocument omschreven maatregelen en werknemers.

Plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen (artikel 7) De werkgever is verantwoordelijk voor de correcte indeling van de gevaarlijke plaatsen in zones en voor het effectueren van alle in de richtlijn gespecificeerde vereisten. Dit geldt met name voor bijlage II “Minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en de veiligheid van de werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen”, met inbegrip van maar niet beperkt tot opleidingen, procedures en werkvergunningen, maatregelen ter bescherming tegen explosiegevaar en apparatuurkeuze, en voor bijlage III, met inbegrip van voorgeschreven waarschuwingsborden. 

Explosieveiligheidsdocument (artikel 8) De werkgever moet ervoor zorgen dat er een document, genaamd “Explosieveiligheidsdocument”, wordt opgesteld en bijgehouden waaruit het onderstaande moet blijken: 

  • De explosierisico’s zijn bepaald en beoordeeld. 
  • Er worden passende maatregelen genomen om de doelstellingen van de richtlijn te verwezenlijken. 
  • De gebieden die overeenkomstig bijlage I zijn ingedeeld in zones. 
  • De plaatsen waar de minimumvoorschriften van bijlage II van toepassing zijn. 
  • Bij het ontwerp, de bediening en het onderhoud van de werkplek en de apparatuur, met inbegrip van alarminstallaties, wordt de veiligheid in acht genomen. 
  • Er zijn overeenkomstig richtlijn 2009/104/EG maatregelen genomen voor het veilig gebruik van apparatuur.
    Het Explosieveiligheidsdocument wordt opgesteld vóór aanvang van de werkzaamheden en wordt in geval van wijzigingen, uitbreidingen of herinrichtingen bijgewerkt.

Welke diensten kan DNV GL leveren?

DNV GL biedt werkgevers professionele, deskundige en technische ondersteuning bij het veilig implementeren van richtlijn 1999/92/EG voor de bescherming van werknemers. We kunnen onder meer van dienst zijn bij: 

  • Noodzakelijke risicobeoordeling(en) aan de hand van op ‘best practices’ gebaseerde raamwerken.  
  • Laboratoriumtests van de materiaaleigenschappen die nodig zijn voor de beoordeling van het explosiegevaar en voor het effectief opstellen van explosieveiligheidsmaatregelen. 
  • HAC (Hazardous Area Classification) – Het opstellen van de documentatie voor de classificatie van explosie gevaarlijke gebieden (indeling in zones). 
  • EPD (Explosion Protection Document) – Het opstellen of beoordelen van het explosieveiligheidsdocument. 
  • Inspectie ter plaatse met rapportage over bevindingen betreffende inbreuken op de explosieveiligheid. 
  • Professionele assistentie bij specifieke stappen met betrekking tot explosieveiligheid tijdens de HAZOP-analyses. 
  • Nalevingsbeoordeling van de ontwerpdocumentatie met betrekking tot de selectie van apparatuur en beschermende systemen in de ontwerpfase van het nieuwe project of bij wijzigingen in het bestaande project. 
  • Nalevingscontrole van elektrische installaties en beschermende maatregelen. 
  • Nalevingscontrole van niet-elektrische apparatuur en installaties. 
  • Beoordeling van potentiële ontstekingsbronnen bij niet-elektrische apparatuur en installaties (bijvoorbeeld statische elektriciteit, hete oppervlakken, vonken door wrijving). 
  • Nalevingscontrole van maatregelen ter voorkoming of beperking van de mogelijkheid dat er explosieve atmosferen ontstaan (bijvoorbeeld inertie, ventilatie, drukregeling). 
  • Nalevingscontrole van beschermende systemen en maatregelen om de gevolgen van explosies te beperken (bijvoorbeeld de beoordeling van explosieveilige constructies, explosie drukontlasting, explosieonderdrukking, voorkoming van explosieverspreiding). 
  • Opleiding van personeel dat werkzaam is op plaatsen waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen.

Algemene normen en praktijkcodes

NEN-EN-IEC 60079-10-1 Explosieve atmosferen - Deel 10-1: Classificatie van gebieden - Explosieve gasatmosferen NEN-EN-IEC 60079-10-2 Explosieve atmosferen - Deel 10-2: Classificatie van gebieden - Explosieve stofatmosferen Energy Institute Part 15 (volledige titel: EI Model code for safe practice Part 15: Area classification for installations handling flammable fluids) – voorheen bekend als en vaak nog aangeduid met IP 15 (Institute of Petroleum Part 15) NFPA (National Fire Protection Association) 497: Recommended Practice for the Classification of Flammable Liquids, Gases, or Vapors and of Hazardous (Classified) Locations for Electrical Installations in Chemical Process Areas.

De volgende stappen naar ATEX-certificering