DNVGL.NL

Breadcrumbs

De impact van de internationale energietransitie op Nederland

DELEN:
PRINTEN:
20181101_De impact van de internationale energietransitie op Nederland 1134x300
Diederik Samsom in discussie over hoe de energietransitie in Nederland te versnellen
Bij de energietansitie kennissessie op 31 oktober in Nieuwspoort Den Haag, gaven Laetitia Ouillet, Diederik Samson en Willam Moorlag hun reflectie op DNV GL’s Energy Transition Outlook 2018 (ETO) en beantwoordden de vraag hoe wij in Nederland de transitie moeten versnellen.
Contact:
De impact van de internationale energietransitie op Nederland
Laetitia Ouillet
De impact van de internationale energietransitie op Nederland
Diederik Samsom
De impact van de internationale energietransitie op Nederland
Discussie met de aanwezigen
De impact van de internationale energietransitie op Nederland
Martijn Duvoort

Den Haag, 31 oktober 2018 – Onlangs lanceerde DNV GL haar Energy Transtion Outlook als een vooruitblik op het wereldwijde energielandschap tot 2050 waarin de impact van nieuwe technologieën op het energiesysteem gemodelleerd zijn.

Wat gebeurt er in Europa als we geen bijzondere CO2 reductiemaatregelen zouden nemen en uitgaan van ontwikkelingen gebaseerd op de best value for money? Waar zou de politiek faciliterend moeten zijn en waar moet meer op gepushed worden? Wat kan aan de markt overgelaten worden? Deze kennissessie in de Nieuwspoort was een perfecte gelegenheid om een breder, internationaal perspectief te krijgen, en vooral ook te bediscussieren hoe we de energietransitie moeten versnellen om CO2 reductiedoelsstellingen te kunnen halen.

Outlook
Directeur Energietransitie Jillis Raadschelders presenteert DNV GL’s Energy Transition Outlook, gebaseerd op een model van het wereldwijde energiesysteem dat de vraag en aanbod van energie berekent. Door middel van het model heeft DNV GL 'een meest waarschijnlijke toekomst' voor energie tot 2050 bepaald. Op basis van technologische en economische ontwikkelingen beschrijft DNV GL hoe het energie landschap er in 2050 uit zal zien, waar geïnvesteerd moet worden en welke maatregelen de industrie en de overheid zouden kunnen nemen. 

Raadschelders voorspelt een aanhoudende snelle elektrificatie, waarbij het aandeel van elektriciteit in de totale energievraag naar verwachting in 2050 meer dan verdubbelt: tot 45%. Dit wordt veroorzaakt door een aanzienlijke elektrificatie in de transport sector, de gebouwde omgeving en de industrie. Het aantal elektrische personenauto’s zal zeer snel groeien: verwacht wordt dat in 2027 50% van alle nieuwe auto's die in Europa worden verkocht, elektrisch zal zijn. Als het aan de Nederlandse regering ligt, worden er vanaf 2030 alleen nog elektrische auto's nieuw verkocht. 

De sterke toename van de wereldwijde elektriciteitsproductie zal worden opgewekt door hernieuwbare bronnen die in 2050 naar schatting 80% van de wereldwijde elektriciteitsproductie vertegenwoordigen. Aangezien de kosten voor wind en zon blijven dalen, zullen die twee energiebronnen het grootste deel van de elektriciteitsvraag dekken, met zonne-PV verantwoordelijk voor 40% van de elektriciteitsopwekking en windenergie voor 29%.

Ondanks de positieve kijk op de uitbreiding van hernieuwbare energie en de elektrificatie van sectoren, zal de energietransitie niet snel genoeg zijn om de wereldwijde klimaatdoelstellingen te halen. Er zal dus versneld moeten worden. Hoe en wat kan Nederland doen, dat is de centrale vraag tijdens het tweede deel van de kennissessie van vandaag.

Reflectie 
Laetitia Ouillet, Director Energy TUE, geeft als eerste haar reactie op de resultaten van de ETO. Bewustwording van internationale trends en het belang van interconnectie noemt zij erg belangrijk. Kunnen we voor onze flexibiliteit wel rekenen op het buitenland? Hoe gaat de internationale uitwisseling van waterstof zich ontwikkelen? Ondanks dat offshore wind in de outlook een relatief klein aandeel toebedeeld krijgt, ziet ze voor Nederland een sleutelrol in de internationale industrie: Nederland moet leiden bij het realiseren van kostendaling ten behoeve van de wereldwijde groei van offshore wind. Daarnaast vraagt ze zich af waarom de potentie van biomassa een bijna onbesproken onderwerp blijft in de diverse energiediscussies. Een deel van de oplossing ziet ze voor Nederland in het stimuleren van innovatie ter bevordering van de leveringszekerheid: energieopslag, verbeteren van conversie, optimalisatie van waterstof. 

Diederik Samsom nuanceert de conclusie van de ETO, dat het nog niet hard genoeg gaat, door de ontwikkelingen en stappen van de afgelopen jaren te benoemen: van 16 cent per kilowatt uur subsidie voor windpark Gemini in 2014 naar tegenwoordig subsidievrije parken; van de enorme ontwikkelingen in zonne-energie tot de enorme investering in e-mobilty. “Het gaat spectaculair hard.”  Maar om het nog sneller te laten gaan, stuurt hij op het stimuleren van de ontwikkeling van disruptieve technologieen. En dat moet op Europees niveau, Nederland is daar te klein voor. Het bouwen aan een internatioanle positie  voor offshore floating wind, met start-subsidies voor de eerste jaren, en het stimuleren van een industrie rondom energiesoplag, zijn wat hem betreft de topics die dat verschil kunnen gaan maken. Een Europees consortium, ondersteund met overheidsbeleid, zou bijvoorbeeld onderzoek moeten doen naar nieuwe manieren voor waterstofproductie en nieuwe vormen van batterijetechnologie (

William Moorlag, woordvoerder energie bij de PvdA, reflecteert aan het einde van de sessie en geeft aan zorgen te hebben met betrekking tot de social engineering, de accceptatie van de energietransitie: hoe gaan we de kosten eerlijk verdelen? Wat kunnen we uit het verleden leren als het gaat om invoering van nieuwe technologieen? Hij noemt de ICT onwenteling van de afgekopen 30 jaar en de invoering van destijds aardgas in de Nederlandse huishoudens. De transitie moet bijdragen aan een verbetering van het leven. Diederik Samsom vult aan dat voor velen energie helemaal niet relevant is: als de vloerwerwarming het maar doet maakt het niet uit wat de bron of technologie is die het mogelijk maakt.  Een deels – voor de consument – geruisloze transitie kan best mogelijk zijn. 

Met deze sessie beoogt DNV GL bij te dragen aan een versnelling van de energietransitie. Waar staan we, waar willen we naartoe en welke barrieres moeten we daarvoor wegnemen? En ook, welke mogelijkheden zijn er om het te versnellen?. De ETO is daarbij voor DNV GL een uitgangspunt en blijkt ook in deze sessie weer een goed instrument te zijn om partijen bij elkaar te brengen en op basis van gemeenschappelijk begrip een discussie te voeren. Indien u vragen heeft over de ETO, neem dan contact met DNV GL op.